|
Na veel discussies, zowel intern als met heel veel studenten zijn wel als fractie op het onderstaande standpunt over het OER gekomen. Hopelijk kunnen we de rest van de raad en vooral het College van Bestuur overtuigen.
UReka is voor het idee van een gemeenschappelijk deel van het Onderwijs en Examen Reglement. Het levert duidelijkheid op voor de student over zijn rechten en plichten. Wel moet gewaakt worden dat z’n OER niet gaat over zaken die beter op opleidingsniveau geregeld kunnen en moeten worden.
Met de richtlijn (versie 11 jan 2010) hebben we de volgende drie belangrijke bezwaren:
1: In artikel 5 wordt gesproken over het studieplan. In het algemeen zijn we van mening dat er gewaakt moet worden dat de universiteit teveel verschoolst en student betutteld worden. Het studieplan op zich zou kunnen werken. Wel hebben we nog een aantal vragen:
- Wat is er gedaan met het advies van de OLC WB om de eis om het wijzigen van je studieplan met je studieadviseur te overleggen alleen op te leggen aan studenten die ‘slecht’ presteren?
- Hoe wordt er omgegaan met voorkenniseisen van vakken? (een student weet op het moment van het maken van de planning niet altijd of hij aan de voorkenniseisen zal voldoen van de gewenste vakken)
- Hoe wordt er omgegaan met eerstejaars?
- Wat is de consequentie als een student geen (goedgekeurd) studieplan heeft? Kan hij dan nog onderwijs volgen/tentamens maken?
- Is OSIRIS er wel klaar voor? Is de vakinformatie wel beschikbaar?
- waarom is er gekozen voor een semester ipv een kwartiel?
2: In artikel 8 lid 3 wordt de student verplicht een plan van aanpak te maken hoe hij zijn vak gaat halen na twee mislukte pogingen. UReka is tegen deze vorm van bettutteling. Het liefst zien we dit artikel verdwijnen aangezien het een onnodige belasting van de student en de begeleiding is. Indien het artikel gehandhaafd wordt willen wij in ieder geval dat het aantal beoordelingen naar 4 gaat en niet de examencommissie, maar de studieadviseur deze beslissing neemt. Deze is veel beter op de hoogte van de situatie van de student. Ook moet er gekeken worden of dit artikel wel mag in het licht van artikel 7.8 van de WHW.
3: In artikel 11 lid 1 staat de nakijktermijn van 20 werkdagen. Ons inziens is 15 werkdagen ook voldoende. Belangrijker is dat deze termijn gehandhaaft wordt.
- UReka pleit er dan ook voor dat nakijktermijnen terugkomen in de functioneringsgesprekken.
- Ook vinden wij dat de docent niet alleen de examencommissie, maar ook de studenten moet inlichten om zo een overbodige schakel weg te halen.
|